Eddie the Eagle, Antonio Gómez, Jamaicaanse bobsleeërs, en, bijna, een Tanzaniaanse Olympische skiër…

Als kind al hield ik enorm van schaatsen. Het liefst op natuurijs. En ook genoot ik van het kijken naar schaatswedstrijden. Natuurlijk was het mooi en geweldig wanneer een Nederlander won: Hein Vergeer, Hilbert van der Duim, die overigens ook als geen ander kon verliezen, Rintje Ritsma, Gerard van Velde. Noem ze allemaal maar op. Grote sportmensen, uitgesproken karakters.

En ergens achteraan in de stroom schaatste een Spanjaard: Antonio Gómez Fernandez. De man had zichzelf schaatsen geleerd, en was al diep in de dertig toen hij het ‘pootje over’ onder de knie kreeg. Door commentatoren werd hij laatdunkend een ‘schaatsclown’ genoemd en een krabbelaar, omdat hij steevast in de diepe achterhoede finishte, zo niet als laatste. Op de tien kilometer werd hij door zijn tegenstanders vaak op meerdere rondes gezet. En dan toch slingerde hij bij het passeren van de lijn zijn armen in de lucht, omdat hij het hem weer had geflikt. Het Nederlands publiek had de man in het hart gesloten, en voor mij was hij een held. Net als die afgeschreven Nederlander, die voor Frankrijk ging rijden: Hans van Helden. Wie kan net als Gómez zeggen dat hij decennialang alle nationale afstandsrecords in handen heeft gehad? We zien ze niet meer terug in de topsport, dit soort grootheden. De regels zijn aangescherpt om dit soort ‘uitwassen’ tegen te gaan.

"krabbelaar" Antonio Gómez

“krabbelaar” Antonio Gómez

 

En neem nou Eddie ‘The Eagle’ Edwards. Die man ging zo goed als blind de springschans af. Hoeveel doodsverachting kan een mens in de sport laten zien? Niet alleen had Eddie een bril met formidabele jampotglazen, maar die glazen besloegen ook elke keer als hij op de schans klaar zat. Als hij naar beneden suisde, zag hij hoegenaamd niets. En eigenlijk was hij te zwaar voor het skispringen, en hij had een centenbak en was ontzettend Engels. Zijn sprongen reikten tot pakweg de helft van wat de winnaar sprong. Maar zijn kinderlijk enthousiasme, net als dat van Gómez, was aanstekelijk. De vreugde van het spel, die bijna alle topsporters ontberen. Ik kan niet helpen bewondering voor die man te voelen. Sterker nog: hij ontroert me. En heel veel mensen koesterden Eddie The Eagle. De antiheld. Maar ja, het Internationaal Olympisch Comité (IOC) sprak er schande van en fluks werden de regels en limieten fors aangescherpt, zodat dit soort excessen niet meer konden plaatsvinden.

Eddie 'The Eagle' Edwards

Eddie ‘The Eagle’ Edwards

 

De vrolijke noot is die van het Jamaicaanse bobsleeteam. Hoe paradoxaal willen we het hebben? Jamaica en wintersport. Voor het eerst deden de rastabobbers mee aan de spelen van 1988, in Calgary. Ook de Spelen waar Eddie The Eagle aan deelnam. Hoewel de Jamaicaanse bobsleeërs ook achterin het deelnemersveld eindigden, hebben ze hun deelname aan grote wedstrijden weten te prolongeren. Het kan wèl!

En zo langlauft er weleens een sporter tussen de mazen van de regels door, zo eentje die volgens het IOC vanwege ondermaatse prestaties niet had mogen deelnemen. De Keniaan Philip Boit bijvoorbeeld, in Nagano 1998.

Het eerste Jamaicaanse Olympische bobslee team

Het eerste Jamaicaanse Olympische bobslee team

Wat precies de aanleiding is geweest, weet ik niet meer, maar rond 1990 vroeg ik mij hardop af of ik niet aan de Olympische Winterspelen van 1992 zou kunnen meedoen. Als skiër. Op zich ben ik best een goede en ervaren skiër. (“Pour un Hollandais très bien, pour un Suisse pas mal”, had mijn laatste skileraar ervan gezegd.) Maar ik begreep ook wel dat ik als wedstrijdskiër geen schijn van kans zou maken, en zeker niet als ik zou willen uitkomen voor Nederland.

Dat bracht mij op het volgende: omdat ik geboren ben in Tanzania, heb ik een dubbele nationaliteit (ja, zo kan het ook!). Mijn goede vriend Jan Maarten Slagter wierp zich op als trainer/coach, en hij schreef een brief aan het Tanzaniaanse consulaat. Strekking: ik heb hier een uitstekende pupil, met de Tanzaniaanse nationaliteit, die voor Tanzania mee wil doen aan de Olympische Winterspelen van Albertville in 1992. Bedenk eens wat voor geweldige free publicity dit voor uw land kan betekenen. En weet, hij traint als een bezetene en zijn vorm neemt met de dag toe.

Het antwoord vanuit het consulaat liet even op zich wachten, en was wat afwachtend, maar naar ons inzicht met voldoende perspectief om erop door te gaan. We deden er nog een schepje bovenop en we intensiveerden onze missie. We stuurden nog een brief, onder dankzegging van het ontvangen antwoord, en om de zaken concreet te gaan maken. De brief ging inclusief gesigneerde actiefoto’s vanaf de piste, om er geen misverstand over te laten bestaan dat het ons ernst was.

Oost-Afrikaanse olympische aspiraties...

Oost-Afrikaanse olympische aspiraties…

De reactie vanuit het Tanzaniaanse consulaat was dit keer furieus. Men voelde zich voor de gek gehouden, verklaarde onze actie als een ‘violation of international law’ en meer van dergelijk ongerief. Groot was onze teleurstelling. Maar minstens zo groot was de voorpret en het idee dat ik daar op nog geen derde van het tempo van de winnaar de reuzenslalom zou doen, voor Tanzania. Je hoeft alleen maar je ogen dicht te doen. Wat een prachtbeeld.

Nog geen reacties.

Geef een reactie